Zum Inhalt springen

EU-Rechtsprechung · Gericht der Europäischen Union

Mededinging - Vrij verrichten van diensten - Antidopingregelgeving van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) - Zuiver sportieve regelgeving.

ECLI: ECLI:EU:T:2004:282Entscheidung vom: 30.09.2004

Zaak T‑313/02 David Meca-Medina en Igor Majcen tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen „Mededinging – Vrij verrichten van diensten – Antidopingregelgeving van Internationaal Olympisch Comité (IOC) – Zuivere sportregelgeving” Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 30 september 2004 Samenvatting van het arrest 1.     Gemeenschapsrecht – Werkingssfeer – Sport – Beperking tot economische activiteiten (Art. 2 EG) 2.     Vrij verkeer van personen en diensten – Werknemers – Mededinging – Verdragsbepalingen – Werkingssfeer – Sportactiviteiten – Grenzen – Strijd tegen doping – Daarvan uitgesloten (Art. 39 EG, 49 EG, 81 EG en 82 EG) 1.     Gelet op de doelstellingen van de Gemeenschap valt sportbeoefening slechts onder het gemeenschapsrecht in zoverre zij een economische activiteit in de zin van artikel 2 EG is. (cf. punt 37) 2.     Indien het bij een sportactiviteit gaat om arbeid in loondienst of bezoldigde dienstverrichting, valt zij binnen de werkingssfeer van, naar gelang het geval, de artikelen 39 EG en volgende of de artikelen 49 EG en volgende. Aldus zijn de verbodsbepalingen van deze verdragsartikelen van toepassing op de op het gebied van de sport vastgestelde regels betreffende het economische aspect van de sportactiviteit. Deze verbodsbepalingen hebben echter geen betrekking op zuivere sportregels, te weten regels betreffende vraagstukken die alleen verband houden met de sport en als dusdanig buiten de economische activiteit vallen. Deze inperking van de werkingssfeer van bovenvermelde verdragsbepalingen moet echter beperkt blijven tot haar eigenlijke doel. Deze beginselen betreffende de toepassing van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van personen en het vrij verrichten van diensten op sportregelgeving, gelden ook voor de verdragsbepalingen betreffende de mededinging. Dat zuivere sportregelgeving buiten de economische activiteit staat, wat tot gevolg heeft dat zij niet binnen de werkingssfeer van de artikelen 39 EG en 49 EG valt, betekent immers ook dat zij buiten de economische mededingingsverhoudingen staat, waardoor zij evenmin binnen de werkingssfeer van de artikelen 81 EG en 82 EG valt. Omgekeerd valt regelgeving die, hoewel vastgesteld op het gebied van de sport, niet zuiver de sport betreft, maar betrekking heeft op het economische aspect van de sportactiviteit, binnen de werkingssfeer van zowel de artikelen 39 EG en 49 EG als de artikelen 81 EG en 82 EG en kan zij in voorkomend geval de door deze bepalingen gewaarborgde vrijheden aantasten. Aangezien het dopingverbod berust op zuivere sportoverwegingen en dus losstaat van elke economische overweging, vallen de door de sportorganisaties uitgevaardigde regels inzake dopingbestrijding niet binnen de werkingssfeer van de verdragsbepalingen betreffende de economische vrijheden, met name de artikelen 49 EG, 81 EG en 82 EG. (cf. punten 39‑42, 47) ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer)30 september 2004(1) „Mededinging – Vrij verrichten van diensten – Antidopingregelgeving van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) – Zuiver sportieve regelgeving” verzoekers, tegen verweerster, HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer), het navolgende HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer), Legal Tiili Vilaras De griffier De president van de Vierde kamer H. Jung H. Legal 1 – Procestaal: Frans.

Amtliche Sprachfassungen

Diese Entscheidung liegt in folgenden Amtssprachen der Union vor — alle gleichermaßen verbindlich.

ČeštinaΕλληνικάEnglishEspañolFrançaisItalianoNederlandsPolskiPortuguês