Zum Inhalt springen

EU-Rechtsprechung · Gerichtshof der Europäischen Union

ECLI:EU:C:1967:20

ECLI: ECLI:EU:C:1967:20Entscheidung vom: 22.06.1967

Avis juridique important ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 22 JUNI 1967. - RICHARD MUELLER TEGEN RAAD VAN DE E. E. G. EN RAAD VAN DE E. G. A. - ZAAK NO. 28/64 REV. Jurisprudentie Franse uitgave bladzijde 00183 Nederlandse uitgave bladzijde 00176 Duitse uitgave bladzijde 00188 Italiaanse uitgave bladzijde 00164 Engelse bijz. uitgave bladzijde 00141 Deense bijz. uitgave bladzijde 00359 Griekse bijz. uitgave bladzijde 00523 Portugese bijz. uitgave bladzijde 00589 Samenvatting Partijen Onderwerp Overwegingen van het arrest Beslissing inzake de kosten Dictum ++++ PROCEDURE - HERZIENING VAN EEN ARREST - FEIT HETWELK AANLEIDING TOT HERZIENING KAN GEVEN - ONTVANKELIJKHEID ( STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE DER E.E.G ., ARTIKEL 41 ) ( STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE DER E.G.A ., ARTIKEL 42 ) VOOR DE BEANTWOORDING VAN DE VRAAG OF HET DOOR VERZOEKER INGEROEPEN FEIT VOLDOET AAN DE CRITERIA VOOR HERZIENING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 41 VAN HET E.E.G.-STATUUT EN ARTIKEL 42 VAN HET E.G.A.-STATUUT, DIENT DE BETEKENIS DAARVAN TE WORDEN ONDERZOCHT IN HET LICHT VAN DIE RECHTSOVERWEGINGEN IN HET ARREST WAARVAN HERZIENING WORDT VERZOCHT WELKE OP DE LITIGIEUZE VRAAG BETREKKING HEBBEN . IN DE ZAAK 28-64 REV .: RICHARD MUELLER, AMBTENAAR BIJ HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE RADEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD EN BIJGESTAAN DOOR MR . M . SCHWALL, ADVOCAAT TE KARLSRUHE, TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN MR . E . ARENDT, 6, RUE WILLY GOERGEN, LUXEMBURG, VERZOEKER, TEGEN RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, VERTEGENWOORDIGD DOOR MR . H . J . LAMBERS, JURIDISCH ADVISEUR BIJ HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE RADEN, TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN HUIZE VAN J . LECLERC, AMBTENAAR BIJ HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE RADEN, 3, RUE AUGUSTE LUMIERE, LUXEMBURG, VERWEERDERS, BETREFFENDE EEN VERZOEK TOT HERZIENING VAN HET ARREST VAN HET HOF VAN JUSTITIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN D.D . 7 APRIL 1965 IN DE ZAAK 28-64; OVERWEGENDE DAT VERZOEKER HERZIENING VORDERT VAN 'S HOFS ARREST D.D . 7 APRIL 1965 IN DE ZAAK 28-64; OVERWEGENDE DAT HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 41 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE HET STATUUT VAN HET HOF VAN DE E.E.G ., ARTIKEL 42 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE HET STATUUT VAN HET HOF DER E.G.A . EN ARTIKEL 100, PARAGRAAF 1, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VOORAF BIJ EEN IN RAADKAMER GEWEZEN ARREST OVER DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET VERZOEK UITSPRAAK MOET DOEN; OVERWEGENDE DAT HET VERZOEK TOT HERZIENING TIJDIG EN MET INACHTNEMING VAN DE VOORGESCHREVEN VORMEN WERD INGEDIEND; OVERWEGENDE DAT BLIJKENS DE BOVENAANGEHAALDE ARTIKELEN 41 EN 42 HERZIENING VAN EEN ARREST SLECHTS KAN WORDEN VERZOCHT "OP GROND VAN DE ONTDEKKING VAN EEN FEIT, DAT VAN BESLISSENDE INVLOED KAN ZIJN EN DAT, V}}R DE UITSPRAAK VAN HET ARREST, ONBEKEND WAS AAN HET HOF EN AAN DE PARTIJ, DIE DE HERZIENING VERZOEKT"; OVERWEGENDE DAT VERZOEKER ZIJN VORDERING DOET STEUNEN OP HET BESLUIT VAN DE SECRETARIS-GENERAAL DER RADEN OM VOOR DE FUNCTIE VAN FINANCIEEL CONTROLEUR EEN AMBT IN DE CATEGORIE A TE VOORZIEN; DAT DIT BESLUIT ZOU ZIJN VERVAT IN DE KENNISGEVING ENER VACATURE 5-67 VAN 20 JANUARI 1967, WELKE BIJ MEDEDELING NR . 3-67 D.D . 23 JANUARI 1967 TER KENNIS VAN HET PERSONEEL VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL WERD GEBRACHT; DAT MOET WORDEN ONDERZOCHT OF HIER SPRAKE IS VAN EEN FEIT, HETWELK OP VOORMELD ARREST VAN BESLISSENDE INVLOED WAS; OVERWEGENDE DAT VERZOEKER STELT DAT DE BEVOEGDHEDEN VAN EEN FINANCIEEL CONTROLEUR WETTELIJK ZIJN GEREGELD EN DERHALVE DE VASTSTELLING DAARVAN NIET TOT DE ORGANISATORISCHE BEVOEGDHEDEN VAN DE ADMINISTRATIE BEHOORT; DAT HIJ VOORTS STELT DAT ZIJN FUNCTIE EN DE DAARAAN VERBONDEN BEVOEGDHEDEN SEDERT DE INWERKINGTREDING VAN HET PERSONEELSSTATUUT DEZELFDE ZIJN GEBLEVEN; DAT DERHALVE HET IN DE KENNISGEVING 5-67 NEERGELEGDE INDELINGSBESLUIT BEWIJST DAT HET DOOR VERZOEKER TOT HEDEN UITGEOEFENDE AMBT VAN FINANCIEEL CONTROLEUR TOT DE "LEIDINGGEVENDE EN SCHEPPENDE FUNCTIES, OF FUNCTIES MET EEN STUDIEKARAKTER" BEHOORT; DAT BEDOELD BESLUIT GEENSZINS EEN HERWAARDERING VAN DE BEWUSTE POST INHOUDT, DOCH DAARENTEGEN ONMISKENBAAR DOET BLIJKEN DAT HET AMBT VAN FINANCIEEL CONTROLEUR EEN POST IN DE CATEGORIE A VOORONDERSTELT; OVERWEGENDE DAT TER BEOORDELING VAN DE GEGRONDHEID DEZER BEWERING EN VAN DE VRAAG OF HET FEIT WAAROP VERZOEKER ZICH BEROEPT AAN DE VOORWAARDEN TOT HERZIENING IN DE ZIN DER BOVENVERMELDE ARTIKELEN 41 EN 42 VOLDOET, DE BETEKENIS VAN DIT FEIT MOET WORDEN ONDERZOCHT IN HET LICHT VAN DIE RECHTSOVERWEGINGEN IN HET ARREST 28-64 WELKE OP DE LITIGIEUZE VRAAG BETREKKING HEBBEN; OVERWEGENDE DAT IN GENOEMD ARREST ALLEREERST WORDT VASTGESTELD DAT DE FUNCTIE VAN FINANCIEEL CONTROLEUR IN DE TABEL HOUDENDE OMSCHRIJVING VAN DE AAN IEDERE FUNCTIE VERBONDEN WERKZAAMHEDEN EN BEVOEGDHEDEN IS OPGENOMEN ZOWEL ONDER DE POSTEN VAN DE CATEGORIE A ALS DIE VAN DE CATEGORIE B; DAT HET HOF NA DE AARD VAN DE DOOR VERZOEKER UITGEOEFENDE FUNCTIE ALSMEDE DE DAAROP BETREKKING HEBBENDE WETTELIJKE BEPALINGEN TE HEBBEN ONDERZOCHT - NAMELIJK HET FINANCIEEL REGLEMENT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - VERVOLGENS HEEFT BESLIST DAT NIET IS GEBLEKEN DAT DIT AMBT OVEREENSTEMT MET DE "LEIDINGGEVENDE EN SCHEPPENDE FUNCTIES EN FUNCTIES MET EEN STUDIEKARAKTER", WAARVAN SPRAKE IS IN ARTIKEL 5, LID 1, TWEEDE ALINEA VAN HET STATUUT; DAT IN BEDOELD ARREST DAN OOK WORDT GEZEGD, DAT HET TOT AANSTELLING BEVOEGDE GEZAG BOVENGENOEMD ARTIKEL EN BIJLAGE I VAN HET STATUUT NIET HEEFT MISKEND DOOR VERZOEKER IN TE DELEN IN DE RANG B 1; DAT HET ARREST 28-64 VOORTS GEENSZINS UITSLOOT DAT DE FUNCTIE VAN FINANCIEEL CONTROLEUR IN DE TOEKOMST IN EEN HOGERE CATEGORIE ZOU WORDEN INGEDEELD INDIEN ZULKS HET TOT AANSTELLING BEVOEGDE GEZAG OP GROND VAN OBJECTIEVE OVERWEGINGEN VAN DIENSTBELANG NOODZAKELIJK OF GEWENST ZOU VOORKOMEN; DAT HET IN DE KENNISGEVING 5-67 NEERGELEGDE BESLUIT VAN DE SECRETARIS-GENERAAL OM DE FUNCTIE VAN FINANCIEEL CONTROLEUR IN DE CATEGORIE A IN TE DELEN, DAN OOK ALS EEN SLECHTS VOOR DE TOEKOMST GELDENDE HERWAARDERING VAN DIT AMBT MOET WORDEN BESCHOUWD; DAT BEDOELD BESLUIT NIET GEACHT KAN WORDEN EEN FEIT TE ZIJN HETWELK OP DE UITSPRAAK IN DE ZAAK 28-64 EEN BESLISSENDE INVLOED UITOEFENT; DAT HET VERZOEK TOT HERZIENING DERHALVE NIET-ONTVANKELIJK IS; OVERWEGENDE DAT HET ONDERHAVIGE VERZOEK MOET WORDEN AFGEWEZEN; DAT KRACHTENS ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN ZAL WORDEN VERWEZEN; DAT EVENWEL BLIJKENS ARTIKEL 70 VAN VOORNOEMD REGLEMENT DE DOOR EEN INSTELLING BIJ DE BEHANDELING VAN BEROEPEN VAN AMBTENAREN OF ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE GEMEENSCHAPPEN GEMAAKT, TEN LASTE VAN DIE INSTELLING BLIJVEN; HET HOF VAN JUSTITIE ( TWEEDE KAMER ), RECHTDOENDE, 1 . VERWERPT HET VERZOEK TOT HERZIENING ALS ZIJNDE NIET-ONTVANKELIJK; 2 . VEROORDEELT VERZOEKER IN DE PROCESKOSTEN MET UITZONDERING VAN DE DOOR VERWEERDERS GEMAAKTE KOSTEN; 3 . ONTZEGT HET MEER OF ANDERS GEVORDERDE .

Amtliche Sprachfassungen

Diese Entscheidung liegt in folgenden Amtssprachen der Union vor — alle gleichermaßen verbindlich.

ΕλληνικάEnglishFrançaisItalianoNederlandsPortuguês