Zum Inhalt springen

EU-Rechtsprechung · Gericht der Europäischen Union

Gemeenschappelijke ordening der markten - Bananen - Invoer uit ACS-staten en uit derde landen - Referentiehoeveelheid - Verordeningen (EG) nrs. 1924/95 en 2362/98 - Beroep tot schadevergoeding.

ECLI: ECLI:EU:T:2004:37Entscheidung vom: 10.02.2004

Gevoegde zaken T‑64/01 en T‑65/01 Afrikanische Frucht-Compagnie GmbH en Internationale Fruchtimport Gesellschaft Weichert & Co. tegen Raad van de Europese Unie en Commissie van de Europese Gemeenschappen „Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoer uit ACS-staten en uit derde landen – Referentiehoeveelheid – Verordeningen (EG) nrs. 1924/95 en 2362/98 – Beroep tot schadevergoeding” Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 10 februari 2004 Samenvatting van het arrest 1.     Niet-contractuele aansprakelijkheid – Voorwaarden – Voldoende gekwalificeerde schending van ter bescherming van particulieren gegeven hogere rechtsregel – Instelling die niet over beoordelingsmarge beschikt – Toereikendheid van gewone inbreuk op gemeenschapsrecht (Art. 288, tweede alinea, EG) 2.     Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoerregeling – Tariefcontingent – Opening en verdeling – Overgangsmaatregelen na toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden – Verordening nr. 1924/95 – Toepassing uitsluitend in kader van bij verordening nr. 1442/93 ingestelde regeling – Toepassing tot aan intrekking van laatstgenoemde verordening (Verordening nr. 404/93 van de Raad; verordeningen van de Commissie nr. 1442/93, nr. 1924/95, art. 6, et nr. 2362/98) 3.     Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoerregeling – Tariefcontingent – Opening en verdeling – Toekenning van rechten op invoercertificaten – Vaststelling van criteria – Vertrouwensbeginsel – Schending – Geen (Verordening nr. 404/93 van de Raad; verordening nr. 1442/93 van de Commissie) 4.     Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoerregeling – Tariefcontingent – Opening en verdeling – Verordening nr. 2362/98 – Inaanmerkingneming van „daadwerkelijke” invoer in referentieperiode vóór publicatie ervan – Schending van rechtszekerheidsbeginsel – Geen (Verordeningen nrs. 1442/93 en 2362/98 van de Commissie) 5.     Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoerregeling – Tariefcontingent – Verordeningen – Totstandkomingsprocedure – Onderscheid tussen basisverordeningen en uitvoeringsverordeningen – Machtiging, in algemene termen door Raad aan Commissie verleend – Wettigheid [EG-Verdrag, art. 155, vierde streepje (thans art. 211, vierde streepje, EG); verordening nr. 404/93 van de Raad, art. 19, lid 1] 6.     Niet-contractuele aansprakelijkheid – Voorwaarden – Rechtmatig handelen – Reële schade, causaal verband en abnormale en bijzondere schade – Cumulatief (Art. 288, tweede alinea, EG) 1.     Niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap in de zin van artikel 288, tweede alinea, EG kan slechts ontstaan indien is voldaan aan een aantal voorwaarden, te weten onrechtmatigheid van de aan de instellingen verweten gedraging, werkelijk geleden schade en een causaal verband tussen de gestelde gedraging en de aangevoerde schade. Wat de eerste voorwaarde betreft, moet er sprake zijn van een voldoende gekwalificeerde schending van een rechtsregel die ertoe strekt aan particulieren rechten toe te kennen. Wat het vereiste betreft dat de schending voldoende gekwalificeerd moet zijn, is voor de vaststelling of daaraan is voldaan beslissend het criterium dat de betrokken gemeenschapsinstelling de grenzen waarbinnen haar beoordelingsbevoegdheid dient te blijven, kennelijk en ernstig heeft overschreden. Wanneer deze instelling slechts een zeer beperkte of in het geheel geen beoordelingsmarge heeft, volstaat de inbreuk op het gemeenschapsrecht om een voldoende gekwalificeerde schending vast te stellen. (cf. punten 70‑71) 2.     Artikel 6 van verordening nr. 1924/95 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing van de regeling inzake het tariefcontingent voor de invoer van bananen in verband met de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, waarin was bepaald hoe de rechten van de marktdeelnemers van wie deze nieuwe lidstaten hebben gekocht, voor 1995 moesten worden vastgesteld bij de vaststelling van de referentiehoeveelheden voor de periode waarin het jaar 1995 begrepen was, kon alleen worden toegepast in het kader van het stelsel van 1993, dat was ingesteld bij verordening nr. 1442/93 houdende bepalingen ter toepassing van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap, waarnaar die bepaling verwees, en alleen gedurende de periode waarin die verordening van kracht was, te weten tot en met 31 december 1998. Dit blijkt met name uit het doel van genoemd artikel 6, dat erin bestond te verzekeren dat de referentiehoeveelheden van alle marktdeelnemers, met inbegrip van hen die in 1995 aan de nieuwe lidstaten hadden geleverd, na de naar aanleiding van de toetreding van deze lidstaten vastgestelde overgangsmaatregelen volgens exact dezelfde criteria zouden worden vastgesteld. Dit doel was zinloos geworden zodra deze regeling van 1993 was afgeschaft en per 1 januari 1999 was vervangen door een nieuwe regeling, die was ingesteld bij verordening nr. 2362/98 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 404/93 betreffende de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap. (cf. punten 79‑80) 3.     De gemeenschapsinstellingen beschikken over een zekere beoordelingsvrijheid bij de keuze van de middelen die voor de verwezenlijking van hun beleid noodzakelijk zijn, zodat marktdeelnemers niet mogen vertrouwen op de handhaving van een bestaande situatie, die door besluiten van die instellingen, genomen krachtens hun discretionaire bevoegdheid, kan worden gewijzigd. Dit geldt in het bijzonder op een gebied als de gemeenschappelijke marktordeningen, die voortdurend moeten kunnen worden aangepast aan de wijzigingen van de economische situatie. De vaststelling van de criteria voor de toekenning van rechten op certificaten behoort tot de keuze van de middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beleid van de gemeenschapsinstellingen op het gebied van de gemeenschappelijke marktordening voor bananen, welke instellingen op dit punt over een zekere beoordelingsvrijheid beschikken. De marktdeelnemers mogen er dan ook niet op vertrouwen, dat de toekenningscriteria van de oude gemeenschapsregeling voor de vaststelling van hun referentiehoeveelheid zullen worden gehandhaafd. (cf. punten 83‑84) 4.     Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich er weliswaar tegen dat de werking in de tijd van een gemeenschapshandeling begint op een tijdstip vóór publicatie ervan, maar het verzet zich er niet tegen dat deze handeling voor de uitvoering van een na publicatie ervan toepasselijk stelsel, bepaalde feiten van vóór die publicatie in aanmerking neemt. In het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten voor bananen gold verordening nr. 2362/98 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 404/93 betreffende de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap, die op 31 oktober 1998 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen was gepubliceerd en tot doel had, per 1 januari 1999 een nieuwe regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap in te stellen, slechts voor de invoer van bananen vanaf deze datum. Dat deze verordening voor de vaststelling van aan de marktdeelnemers in het kader van de regeling van 1999, die bij deze verordening was ingesteld, toe te kennen referentiehoeveelheden de „daadwerkelijke” invoer in een eerdere referentieperiode in aanmerking nam en bepaalde regels gaf om de realiteit van deze invoer te bewijzen, was niet van invloed op een reeds vóór de publicatie van deze verordening verworven rechtspositie en leidde er met name niet toe, dat werd afgedaan aan de referentiehoeveelheden die in het kader van de bij verordening nr. 1442/93 ingestelde oude regeling van 1993 waren vastgesteld. (cf. punten 90‑91) 5.     Ingevolge artikel 155, vierde streepje, van het Verdrag (thans artikel 211, vierde streepje, EG) oefent de Commissie, teneinde de werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt te verzekeren, de bevoegdheden uit welke de Raad haar verleent ter uitvoering van de regels die hij stelt. Uit de opzet van het Verdrag, in het kader waarvan dit artikel moet worden gezien, en uit de eisen van de praktijk, volgt dat het begrip uitvoering ruim moet worden uitgelegd. Aangezien de Commissie als enige in staat is, de ontwikkeling van de landbouwmarkten voortdurend en oplettend te volgen en de spoedmaatregelen te treffen die de situatie vereist, kan dit voor de Raad aanleiding zijn, de Commissie op dit gebied een ruime bevoegdheid te verlenen. De grenzen van die bevoegdheid moeten dan ook met name worden bepaald aan de hand van de algemene hoofddoelen van de marktordening. Zo is de Commissie op landbouwgebied gemachtigd om alle maatregelen te treffen die nodig of doelmatig zijn voor de uitvoering van de basisregeling, voorzover zij niet in strijd zijn met de basisregeling of met de uitvoeringsregeling van de Raad. Voorts moet onderscheid worden gemaakt tussen voorschriften die van wezenlijk belang zijn voor de te regelen materie en daarom aan de Raad voorbehouden moeten blijven, en voorschriften die slechts uitvoerend van aard zijn, zodat de vaststelling ervan aan de Commissie kan worden overgedragen. Alleen de bepalingen die de fundamentele doelstellingen van het gemeenschapsbeleid beogen te verwezenlijken, kunnen als van wezenlijk belang worden aangemerkt. Een in algemene termen geformuleerde machtigingsbepaling volstaat in dit verband. Wanneer de Raad immers in een basisverordening de hoofdbeginselen van de te regelen materie heeft vastgelegd, kan hij aan de Commissie de algemene bevoegdheid tot vaststelling van de toepassingsbepalingen ervan delegeren, zonder dat hij de belangrijkste elementen van de gedelegeerde bevoegdheden heeft te preciseren. In het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten voor bananen voldoet artikel 19, lid 1, van verordening nr. 404/93 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1637/98, waarbij de Commissie is gemachtigd om de uitvoeringsbepalingen voor het beheer van de tariefcontingenten en de invoer van traditionele ACS-bananen vast te stellen, aan de hierboven geformuleerde beginselen. Waar de Raad in dit artikel bepaalt dat „voor het beheer van de in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde tariefcontingenten en de invoer van traditionele ACS-bananen de methode wordt toegepast waarbij rekening wordt gehouden met de traditionele handelsstromen (de methode ‚traditioneel/nieuw’)”, heeft hij namelijk de wezenlijke elementen van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheid afdoende omschreven. (cf. punten 118‑120) 6.     Indien het beginsel van niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap wegens rechtmatig handelen in het gemeenschapsrecht zou moeten worden erkend, zou dit in elk geval veronderstellen dat gelijktijdig is voldaan aan drie voorwaarden, te weten de realiteit van de gestelde schade, het causaal verband tussen deze schade en de aan de instellingen van de Gemeenschap verweten handeling, en het abnormale en bijzondere karakter van die schade. Een schade is „bijzonder” wanneer zij een bijzondere categorie van marktdeelnemers onevenredig treft in vergelijking met andere ondernemers, en „abnormaal” wanneer zij de grenzen van het economische risico dat inherent is aan de activiteiten in de betrokken sector, overschrijdt, zonder dat de aan de gestelde schade ten grondslag liggende handeling wordt gerechtvaardigd door een algemeen economisch belang. (cf. punten 150‑151) ARREST VAN HET GERECHT (Vijfde kamer)10 februari 2004(1) „Gemeenschappelijke ordening der markten – Bananen – Invoer uit ACS-staten en uit derde landen – Referentiehoeveelheid – Verordeningen (EG) nrs. 1924/95 en 2362/98 – Beroep tot schadevergoeding” verzoeksters, tegen verweerders, HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer), het navolgende HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer), García-Valdecasas Lindh Cooke De griffier De president van de Vijfde kamer H. Jung P. Lindh 1 – Procestaal: Duits.

Amtliche Sprachfassungen

Diese Entscheidung liegt in folgenden Amtssprachen der Union vor — alle gleichermaßen verbindlich.

ΕλληνικάEnglishEspañolFrançaisItalianoNederlandsPortuguês