Zum Inhalt springen

EU-Rechtsprechung · Gerichtshof der Europäischen Union

Ambtenaar - Bevordering.

ECLI: ECLI:EU:C:1981:306Entscheidung vom: 17.12.1981

Avis juridique important ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 17 DECEMBER 1981. - PIERRE GRATREAU TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - (" AMBTENAAR - BEVORDERING "). - GEVOEGDE ZAKEN NOS. 156/79 EN 51/80. Jurisprudentie 1981 bladzijde 03139 Partijen Onderwerp Overwegingen van het arrest Beslissing inzake de kosten Dictum IN DE GEVOEGDE ZAKEN 156/79 EN 51/80 , PIERRE GRATREAU , AMBTENAAR VAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , WONENDE TE FRASCATI ( ITALIE ), TE DEZEN VERTEGENWOORDIGD EN BIJGESTAAN DOOR E . ARENDT , ADVOCAAT TE LUXEMBURG , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE DIENS KANTORE , RUE PHILIPPE-II 34B , VERZOEKER , TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , TE DEZEN VERTEGENWOORDIGD DOOR J . PIPKORN , LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST , ALS GEMACHTIGDE , BIJGESTAAN DOOR D . JACOB , ADVOCAAT TE BRUSSEL , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ HAAR JURIDISCH ADVISEUR M . CERVINO , BATIMENT JEAN MONNET , KIRCHBERG , VERWEERSTER , BETREFFENDE , IN DE HUIDIGE STAND VAN DE PROCEDURE : 1 . NIETIGVERKLARING VAN DE BESLUITEN VAN DE COMMISSIE VAN 9 NOVEMBER RESP . 20 DECEMBER 1978 , WAARBIJ VOOR DE AMBTENAREN AANGESTELD VOOR WERKZAAMHEDEN ONDER CONTRACT , DE LIJST VAN DE UIT DE KREDIETEN VOOR ONDERZOEK BEZOLDIGDE AMBTENAREN VAN CATEGORIE A , DIE OP GROND VAN HUN VERDIENSTEN IN HET BEGROTINGSJAAR 1978 HET MEEST IN AANMERKING KWAMEN VOOR BEVORDERING TOT DE RANG A 4 , EN DE LIJST VAN DE IN DAT BEGROTINGSJAAR METTERDAAD TOT DE RANG A 4 BEVORDERDE AMBTENAREN ZIJN VASTGESTELD , ZULKS OP GROND DAT VERZOEKERS NAAM NIET OP DEZE LIJSTEN VOORKOMT ; 2 . VERZOEKERS INDELING - BIJ WIJZE VAN VERGOEDING VOOR DE DOOR HEM GELEDEN SCHADE - IN DE RANG A 4 , SALARISTRAP 7 , PER 1 JANUARI 1981 , 15 IN ZIJN TUSSENARREST VAN 18 DECEMBER 1980 HEEFT HET HOF ( TWEEDE KAMER ) OVERWOGEN DAT , IN EEN GEVAL ALS HET ONDERHAVIGE , DE BIJ DAT ARREST VASTGESTELDE ONREGELMATIGHEID VAN DE BEVORDERINGSPROCEDURE VOOR WAT VERZOEKER BETREFT , BESTAANDE IN HET FEIT DAT VERZOEKERS BEOORDELINGSRAPPORT OVER HET TIJDVAK 1973/1975 TEN ONRECHTE IN ZIJN PERSOONSDOSSIER WAS OPGENOMEN EN DAT ZIJN BEOORDELINGSRAPPORT OVER HET TIJDVAK 1975/1977 NOG NIET DEFINITIEF WAS , NIET VOLDOENDE WAS VOOR NIETIGVERKLARING VAN DE TOEGEKENDE BEVORDERINGEN , TENZIJ ZOU WORDEN VASTGESTELD DAT DIT EEN BESLISSENDE INVLOED KON HEBBEN GEHAD OP DE BEVORDERINGSPROCEDURE . 16 AAN DE HAND VAN DE LATER DOOR DE COMMISSIE OVERGELEGDE DOCUMENTEN KAN WORDEN VASTGESTELD , DAT OOK INDIEN VERZOEKERS BEOORDELINGSRAPPORT OVER HET TIJDVAK 1973/1975 OP DEZELFDE WIJZE WAS GEWIJZIGD ALS HET RAPPORT OVER 1975/1977 EN OOK INDIEN DIT LAATSTE TIJDENS DE BESTREDEN BEVORDERINGSPROCEDURE DEFINITIEF WAS GEWEEST , DE OVER DIE TIJDVAKKEN DOOR DE WEL BEVORDERDE AMBTENAREN BEHAALDE NOTATIES OVER HET GEHEEL HOGER WAREN DAN DIE VAN VERZOEKER . HET BESCHRIJVEND GEDEELTE VAN DE DEFINITIEVE RAPPORTEN BEVAT NIETS WAT STEUN KAN BIEDEN AAN DE VERONDERSTELLING DAT DE RESPECTIEVE NOTATIES NIET OP EEN OBJECTIEVE BEOORDELING BERUSTEN . 17 ER IS DUS NIET AANGETOOND , DAT DE GECONSTATEERDE ONREGELMATIGHEID EEN BESLISSENDE INVLOED HEEFT KUNNEN HEBBEN OP DE BEVORDERINGSPROCEDURE . DAAROM KAN HET HOF DE IN VERZOEKERS OPMERKINGEN VAN 9 AUGUSTUS 1981 VERVATTE PRIMAIRE CONCLUSIES NIET AANVAARDEN . 18 MET BETREKKING TOT DE SUBSIDIAIRE CONCLUSIES , BETREFFENDE DE OVERLEGGING VAN AANVULLENDE DOCUMENTEN DOOR DE COMMISSIE , ZIJ ER IN DE EERSTE PLAATS OP GEWEZEN , DAT HET BEROEP UITSLUITEND IS GERICHT TEGEN DE BEVORDERINGSPROCEDURE VOOR HET JAAR 1978 . DAARVOOR ZIJN DE DOCUMENTEN BETREFFENDE DE JAREN 1979 EN 1980 , WAARVAN VERZOEKER OVERLEGGING VRAAGT , IRRELEVANT . 19 IN DE TWEEDE PLAATS MOET WORDEN OPGEMERKT DAT HET ENIGE MIDDEL DAT VERZOEKER IN ZIJN VERZOEKSCHRIFT AANVOERT , ENKEL BETREKKING HEEFT OP DE BEOORDELINGSRAPPORTEN OVER DE TIJDVAKKEN 1973/1975 EN 1975/1977 . WANNEER VERZOEKER IN ZIJN OPMERKINGEN VAN 9 AUGUSTUS 1981 ZEGT TE BETWIJFELEN OF DE BEVORDERINGSCOMITES EN HET TOT AANSTELLING BEVOEGDE GEZAG WEL VOLDOENDE REKENING HEBBEN GEHOUDEN MET ANDERE FEITEN , VOERT HIJ IN FEITE EEN NIEUW MIDDEL AAN . DIT MIDDEL IS NIET GEBASEERD OP GEGEVENS , HETZIJ RECHTENS OF FEITELIJK , WAARVAN IN DE LOOP VAN DE PROCEDURE VOOR HET HOF IS GEBLEKEN . DIT MIDDEL MOET DERHALVE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 42 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING NIET-ONTVANKELIJK WORDEN VERKLAARD . 20 OM DEZE REDENEN MOET OOK HET DOOR VERZOEKER IN ZIJN OPMERKINGEN VAN 9 AUGUSTUS 1981 SUBSIDIAIR GEVORDERDE WORDEN AFGEWEZEN . KOSTEN 21 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . VOLGENS ARTIKEL 70 VAN DIT REGLEMENT BLIJVEN EVENWEL IN GEDINGEN DOOR AMBTENAREN OF ANDERE PERSONEELSLEDEN DER GEMEENSCHAPPEN AANHANGIG GEMAAKT , DE DOOR DE INSTELLING GEMAAKTE KOSTEN TE HAREN LASTE . 22 MET BETREKKING TOT HET BEROEP IN ZAAK 51/80 , DAT IN HET TUSSENARREST VAN 18 DECEMBER 1980 NIET-ONTVANKELIJK IS VERKLAARD , MOET OVEREENKOMSTIG BOVENGENOEMDE BEPALINGEN WORDEN BESLIST DAT ELK VAN BEIDE PARTIJEN DE EIGEN KOSTEN ZAL DRAGEN . 23 MET BETREKKING TOT ZAAK 156/79 HEBBEN BEIDE PARTIJEN GECONCLUDEERD DAT DE COMMISSIE ALLE KOSTEN ZAL HEBBEN TE DRAGEN . MITSDIEN DIENT DE COMMISSIE TE WORDEN VERWEZEN IN ALLE KOSTEN , DAARONDER BEGREPEN DIE WELKE AAN DE ZIJDE VAN VERZOEKER ZIJN GEVALLEN . HET HOF VAN JUSTITIE ( TWEEDE KAMER ), RECHTDOENDE : 1 . VERWERPT HET BEROEP IN ZAAK 156/79 . 2 . VERWIJST DE COMMISSIE IN ALLE KOSTEN IN DEZE ZAAK , DAARONDER BEGREPEN DIE VAN VERZOEKER . 3 . VERSTAAT DAT VOOR WAT ZAAK 51/80 BETREFT , WAARIN HET BEROEP BIJ TUSSENARREST VAN 18 DECEMBER 1980 NIET-ONTVANKELIJK IS VERKLAARD , ELK DER PARTIJEN DE EIGEN KOSTEN ZAL DRAGEN .

Amtliche Sprachfassungen

Diese Entscheidung liegt in folgenden Amtssprachen der Union vor — alle gleichermaßen verbindlich.

ΕλληνικάEnglishFrançaisItalianoNederlands