Zum Inhalt springen

EU-Rechtsprechung · Gericht der Europäischen Union

Gemeenschapsmerk - Oppositieprocedure - Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk ERGO - Ouder gemeenschapswoordmerk URGO - Relatieve weigeringsgrond - Verwarringsgevaar - Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 [thans artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009].

ECLI: ECLI:EU:T:2011:392Entscheidung vom: 15.07.2011

Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 15 juli 2011 – Ergo Versicherungsgruppe/BHIM – Société de développement et de recherche industrielle (ERGO) (Zaak T‑220/09) „Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk ERGO – Ouder gemeenschapswoordmerk URGO – Relatieve weigeringsgrond – Verwarringsgevaar – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 [thans artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009]” Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punten 19‑20, 39, 41‑42) Voorwerp Beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het BHIM van 20 maart 2009 (zaak R 515/2008‑4) inzake een oppositieprocedure tussen Société de développement et de recherche industrielle en Ergo Versicherungsgruppe AG Dictum 1) Het beroep wordt verworpen. 2) Ergo Versicherungsgruppe AG wordt verwezen in de kosten.

Amtliche Sprachfassungen

Diese Entscheidung liegt in folgenden Amtssprachen der Union vor — alle gleichermaßen verbindlich.

ČeštinaΕλληνικάEnglishEspañolFrançaisItalianoNederlandsPolskiPortuguêsRomână